De geschiedenis in kort bestek van de kerken in de dorpen Jutrijp en Hommerts vanaf de Reformatie tot en met de vorming van de Protestantse gemeente Jutrijp-Hommerts in 2006.
Van Reformatie naar Protestantse Gemeente Jutrijp-Hommerts 1580 – 2006
Van de periode voor de Reformatie is weinig meer bekend dan dat er in de dorpen Jutrijp en Hommerts kerkgebouwen en kerkelijke bezittingen waren en pastoors werkzaam zijn geweest, waarvan er enkele met naam worden genoemd.
Op het moment dat men in Friesland in 1580 met de Reformatie meeging en de Roomse eredienst verboden werd waren er voor zover bekend geen pastoors in actieve dienst aanwezig en beide parochies vacant.
Er bestond direct na de Reformatie een groot tekort aan predikanten en toen men schijnbaar ook niet veel haast maakte hierin te voorzien, werden ze door Gedeputeerde Staten op de vingers getikt en werd hun opgedragen om zo vlug mogelijk een predikant te beroepen.
Wanneer er echter geen mogelijk was om als zelfstandige gemeente hierin te voorzien dan moest men desnoods maar met een ander dorp een combinatie aangaan en gezamenlijk een predikant gaan beroepen.
Men heeft hieraan gevolg gegeven, en de dorpen Jutrijp en Hommerts hebben toen in combinatie een predikant beroepen, zodat vanaf die tijd de predikantsplaats Jutrijp c.s. is ontstaan met de pastorie in Jutrijp.
De dorpen Jutrijp en Hommerts behielden daarbij hun eigen kerkvoogdijen met de daaraan gekoppelde bevoegdheden, de kerkdiensten werden beurtelings in Jutrijp en Hommerts gehouden.
Gedurende de periode van de Reformatie tot aan de 19e eeuw is behalve de aan de predikantsplaats verbonden voorgangers en bouwactiviteiten weinig bekend.
In 1741 werd in Hommerts een nieuwe kerk gebouwd en in de toren van de Jutrijper kerk werd een nieuwe klok aangebracht in 1772.
In de 19e eeuw ontstond er echter veel onvrede en strijd in de kerk met betrekking tot de zeggenschap van de overheid, de wetten van koning Willem I aan de kerken opgelegd en tegen de nogal vrijzinnige Synode die vrij tolerant was voor wat betreft de handhaving van de kerkorde en prediking van de rechte leer.
Ook de hier vanaf 1828 aan de gemeente verbonden predikant ds. Fockens van de z.g.n. Groninger richting moest niet veel van de oude kerkorde hebben, wat tot gevolg had dat een kleine groep gemeenteleden met de afscheiding van 1836 meegingen en kerkten bij de Christelijk Gereformeerde kerk in Sneek.
Naarmate het aantal groter werd hebben ze in Hommerts een woning gekocht en ingericht als pastorie nu [nu Jeltewei 102]en in 1888 werd een kerkje gebouwd [nu Jeltewei 15 en 17]. Toen in 1889 ds. H. Dijkstra beroepen werd en dit aannam was de Chr. Gereformeerde kerk ter plaatse een feit.
De dominees van het z.g.n. Reveil van 1850 hadden veel invloed in de Zuid-Westhoek van Friesland met
als gevolg dat veel gemeenteleden van Jutrijp-Hommerts elders kerkten in plaats van bij ds. Fockens in de
eigen gemeente. De juiste verkondiging, de organisatie en de machtspositie van derden in de kerk heeft veel strijd tot gevolg gehad.
Mede door het Reveil kwam steeds meer de kwestie aan de orde van de bevoegdheden met betrekking tot
het beroepen van een predikant en het beheer van de kerkelijke goederen.
Dit was voorbehouden aan de kerkvoogden gekozen uit en door de floreenplichtigen [de belastingbetalers].
Uiteindelijk nam de Synode in 1869 het besluit dat het beroepen van een predikant en het beheer van de kerkelijke goederen door het college van kerkvoogdijen van de floreenplichtigen overgedragen moest worden aan het college van kerkvoogden gekozen uit en door de lidmaten van de kerkelijke gemeente ter plaatse.
Dit had echter tot gevolg dat vooraf en daarna een jarenlange strijd en procesvoering ontstond o.a. bekend als het proces van Oosterend uit 1867, om deze wijziging niet toe te staan. [in 1869 werd dit z.g.n. collatierecht officieel opgeheven]
Deze situatie heeft tot gevolg gehad dat toen in 1876 ds. Fockens met emeritaat ging en de kerkenraad in
1877 een beroep wilde uitbrengen, de kerkvoogdij van Hommerts hiermee instemde maar de kerkvoogdij
van Jutrijp niet omdat men eerst het proces wou afwachten en dus ook de pastorie niet beschikbaar stelde.
Uiteindelijk kwam men overeen dat er een huis in Hommerts tot pastorie verbouwd zou worden en ook voor de kostenverdeling hiervan en de traktementsverdeling tussen de beide kerkvoogdijen werd een afspraak gemaakt met dien verstande dat de bijdrage van de kerkvoogdij van Jutrijp alleen betaald zou worden als het proces verloren werd.
Dit proces werd uiteindelijk door de kerkvoogdijen van de floreenplichtigen verloren,zodat in 1880 en 1881
respectievelijk van de kerkvoogdijen Hommerts en Jutrijp de overdracht plaats vond naar de kerkvoogdijen
van de uit en door de lidmaten gekozen colleges.
Gedurende al die jaren waren veel bouwactiviteiten doorgegaan.
In 1818/1819 is de kerk van Jutrijp afgebroken en een nieuwe gebouwd
In 1823 werd de toren van de Hommerts vernieuwd.
Op 5 Februari 1826 werd aanbesteed de bouw van een nieuwe pastorie te Jutrijp.
Op 11 September 1836 werd het nieuwe orgel gebouwd door W. van Cruisen van Leeuwarden ingewijd in de kerk van Jutrijp.
In 1843 wordt melding gemaakt van de verkoop door de kerkvoogdij van Jutrijp van de afbraak van de
zadeldaktoren en de bestaande school, benevens het weer opbouwen van een nieuwe school met
onderwijzerswoning en een scherpe toren.
Op 27 December 1869 wordt het nieuwe orgel vervaardigd door L. van Dam van Leeuwarden, ingewijd
door ds. Fockens in de kerk van Hommerts.
Op 29 Juli 1875 wordt aanbesteed de bouw van een nieuwe kerk met toren te Hommerts ten zuiden van de bestaande en meer oostelijk gesitueerd, welke op 2 Februari 1877 wordt ingewijd.
Het orgel uit de later afgebroken kerk wordt overgebracht en geplaatst in een nieuwe orgelkast met frontwerk.
Ook de begraafplaats werd uitgebreid.
Op 4 November 1877 deed ds. Moeton van Ophemert zijn intrede en werd gehuisvest in het tot pastorie verbouwde huis te Hommerts en heeft tot aan zijn vertrek in 1885 veel opbouwend werk verricht.
De kerkenraad besloot toen weer een predikant te beroepen die de 3 formulieren van enigheid ondertekende maar de al jaren bestaande onvrede ten aanzien van de Synode bleef bestaan, wat ook duidelijk werd gemaakt door middel van een protestbrief van de kerkenraad die men indertijd naar de Synode stuurde.
Maar in de loop der jaren ontstonden er zo langzamerhand steeds meer mensen die wilden dat men zou breken met de Synode.
Maar omdat de kerkenraad besloot vooralsnog niet de Synodale organisatie af te werpen, ontstond er tweespalt in de gemeente met als gevolg dat een vrij grote groep gemeenteleden met de z.g.n. doleantie van dr. A. Kuiper meegingen met als resultaat dat in 1888 een Ned. Gereformeerde kerk ter plaatse werd gesticht.
De kerkdiensten werden eerst in een hooiberg gehouden en later door aankoop van een stuk grond werd een kerk gebouwd [nu Jeltewei 150] nadat het overleg met de Chr. Gereformeerde kerk om gezamenlijk hun kerkgebouw te gebruiken niet doorging.
In 1892 kwam er landelijk en plaatselijk een fusie tot stand, waardoor de Gereformeerde kerk te Jutrijp-Hommerts ontstond.
De gemeente kwam toen samen in het gebouw van de Gereformeerde kerk omdat dat de grootste was en die van de Chr. Gereformeerden [nu Jeltewei 15 en 17] werd ingericht als vergaderruimte en voor de catechisaties.
De tweespalt in de gemeente had ook tot gevolg dat veel leden van de Hervormde gemeente hun kinderen niet meer naar de C.N.S wilden sturen omdat het hoofd met de dolerenden meeging en gereformeerd werd.
Uit de kerkfondsen werd de herberg van Struikmans gekocht en ingericht als hervormde school [nu Jeltewei 94].
Toen in 1925 een nieuwe school gesticht werd door de vereniging van Christelijk Volks Onderwijs werd dit pand ingericht als verenigingsgebouw.

Deze kerk stond vroeger in Jutrijp.
In 1910 wordt door de kerkvoogdij van Jutrijp een nieuwe kerk gebouwd vanwege het feit dat de oude die op het kerkhof stond te klein was
De nieuwe kerk werd gebouwd op de plaats van de pastorie ten Westen van de straatweg die daarvoor werd afgebroken. [nu Riperwei 28 A t/m D]
De noodzaak van een nieuwe kerk werd niet algemeen gedeeld maar werd met 4 tegen 3 stemmen aangenomen.
Een nieuw orgel werd geplaatst door A. Timminga van Leeuwarden, het oude werd verkocht aan de Gereformeerde kerk van IJlst.
De Hervormde gemeente van Jutrijp-Hommerts kwam in 1923 in conflict met de Raad van Beheer van de predikantstractementen omdat men weigerde de door deze raad opgelegde omslag te betalen.
Men was van mening dat de Synode niet het recht had zich met de traktementen van de predikanten te bemoeien maar dat dit voorbehouden was aan de kerkvoogdijen van de gemeente.
De kerkvoogdijen werden daarbij lid van de vereniging van protesterende kerkvoogdijen.
Dit hield echter wel in dat toen men in 1923 vacant werd, het beroepen van een predikant geblokkeerd werd
In 1929 werd door de kerkvoogdij van Jutrijp een nieuw verenigingslokaal gebouwd en in 1931 een nieuwe school.

De voormalige gereformeerde kerk.
De Gereformeerde kerk werd in 1916 iets uitgebreid en een nieuw orgel geplaatst.
In 1934 wordt door de Hervormde kerkvoogdijen een overeenkomst gesloten met de Raad van Beheer van de predikantstraktementen over de periode van 1922 tot en met 1933, om de achterstallige omslag te betalen waarbij in mindering werd gebracht een korting, een gedeeltelijke ontheffing en de betaalde emeritaat gelden.
Vanaf 1934 is dan de situatie weer normaal en kan er weer een beroep worden uitgebracht met als resultaat dat na een periode van 12 jaar vacant zijn de predikantsplaats weer bezet is.

Het interieur van de voormalige gereformeerde kerk.
In 1950 wordt de oude Gereformeerde pastorie verkocht en een ander huis gekocht dat als de nieuwe
pastorie wordt ingericht [nu Jeltewei 110].
In 1951 werd de Gereformeerde kerk verbouwd en de kerkdiensten gehouden in de Hervormde kerk.
De verhoudingen zijn tijdens de oorlog en de daarna volgende jaren wat in een ander kader geplaatst mede
ook door de door de Hervormde Synode aangenomen en vastgestelde nieuwe kerkorde 1951 waardoor de
verschillen met betrekking tot organisatie en kerkopvatting kleiner werden.
Deze nieuwe kerkorde is echter ook weer vele jaren onderwerp van discussie ook in onze gemeente in verband met de positie van de kerkvoogden en de notabelen in de kerk en het toezicht op het beheer.
Hierin wilde men niet meegaan en ook de aandrang vanuit de gemeente om te komen tot 1 kerkvoogdij werd afgewezen ,wel werd het vrouwenkiesrecht ingevoerd in 1958 [Gereformeerde kerk in 1954.].
In 1960/1961 is de oude Hervormde pastorie afgebroken en vervangen door een nieuwe.

Oude Hervormde Pastorie
Eind van de jaren 50 beginnen de tekorten een steeds grotere rol te spelen en begint te financiële positie
steeds nijpender te worden omdat de inkomsten geen gelijke tred houden met de steeds toenemende kosten en de verplichte afdrachten aan de boven plaatselijke organen.
Het gevolg hiervan is dat de Gereformeerde kerk in 1964 ingedeeld wordt bij de hulp behoevende gemeenten en in 1967 een combinatie met de Gereformeerde kerk van Woudsend moet aangaan.
Ook in de Hervormde gemeente worden de tekorten steeds groter mede door het krimpend zielental en de achterblijvende rendementen van de bezittingen ten opzichte van de steeds sterker toenemende prijsontwikkeling en verplichte afdrachten aan de landelijke kerkelijke organen.
De voorstellen in 1963 om te komen tot 1 kerkvoogdij, 1 kerk, 1 lokaal en 1 koster waren toen nog steeds niet haalbaar ondanks de steeds oplopende tekorten van de kerkelijke huishouding.
Maar de roep vanuit de gemeente om te bezuinigen en sanering van de onrendabele geldkostende delen werd steeds groter en het was zo langzamerhand wel duidelijk dat instandhouding van 2 kerkgebouwen en 2 verenigingsgebouwen met kosterswoning in de toekomst niet meer haalbaar was.
In 1967 werd het besluit genomen om over te gaan tot fusie van de kerkvoogdijen van Jutrijp en Hommerts tot een kerkvoogdij van de gemeente Jutrijp-Hommerts en aanpassing aan de kerkorde van 1951 met ingang van 1 Januari 1968, maar wel met instandhouding van de notabelen.
Het toenmalige nieuwe college van ouderling- kerkvoogden samengesteld uit vertegenwoordigers van de oorspronkelijk zelfstandige kerkvoogdijen werd belast met een omvangrijk bezuinigings-en-sanerings opdracht. Besloten werd in verband met de grote onderhoudskosten van beide kerkgebouwen de kerk van Jutrijp te sluiten en die van Hommerts te renoveren en de banken van de Jutrijper kerk over te brengen naar de kerk van Hommerts vanwege de betere zithouding. De kerk werd voor afbraak verkocht aan de gemeente Wymbritseradiel.
In de periode 1970 tot en met 1974 werd naast de sluiting van de Jutrijper kerk diverse onrendabele woningen en bedrijfsgebouwen afgestoten en de beide begraafplaatsen kostendekkend gemaakt.
Door mee te werken aan de totstandkoming van het dorpshuis in 1973 en de daarvoor benodigde grond door de kerkvoogdij als inbreng gratis beschikbaar te stellen konden ook de 2 sterk verouderde verenigingslokalen met kosterswoning worden afgestoten en verkocht.
Het mag duidelijk zijn dat deze ingrijpende sanering de gemeente niet onberoerd heeft gelaten ondanks de unanieme besluitvorming, maar heeft er wel toe geleid dat het resulteerde in een financieel sterke gemeente, vrij van schulden en sterk verbeterde rendementen van de door verkopen verkregen belegde gelden.
De Gereformeerde kerk bouwde in die tijd een vergaderlokaal achter het kerkgebouw zodat het verouderde lokaal met woning verkocht kon worden.
In 1984 werd de kerktoren van de Hommertser kerk door blikseminslag getroffen en moest totaal worden vernieuwd, in 1988 vond een totale revisie van het kerkorgel plaats.

De Johannes de Doperkerk
Gedurende de volgende jaren werden de contacten en de gezamenlijke diensten veelvuldiger en toen in 1986 de combinatie van de Gereformeerde kerken van Jutrijp-Hommerts en Woudsend beëindigd werd trad een nieuwe fase in.
De landelijke ontwikkelingen vanuit de jaren 60, waarbij de Nederlands Hervormde kerk en de Gereformeerde kerken in Nederland streefden naar hereniging heeft ongetwijfeld ondersteunend gewerkt.
Begin 1987 werd door de gezamenlijke kerkenraden de wens uitgesproken om als kerken van Jutrijp en Hommerts samen op weg verder te gaan, er werd een commissie van 4 ingesteld die met concrete voorstellen kwam om een zo verantwoord mogelijke weg te gaan.
In de daarop volgende gemeenteavond werden de voorstellen aangenomen, waarbij de Hervormde gemeente en de Gereformeerde kerk wel apart bleven, maar er werd besloten dat alle dingen die gezamenlijk gedaan konden worden ook samen te doen.
De kerkenraadvergaderingen zijn gezamenlijk en het streven is te komen tot 1 predikant, eventueel aangevuld met een pastoraal medewerker.
De toenmalige Hervormde predikant werd daarbij consulent van de Gereformeerde kerk en in goed overleg. Met de officiële consulent van de Gereformeerde kerk moesten de activiteiten plaats vinden.
In de daarop volgende jaren kwam een concept tot stand voor de vorming van een federatief verband en in 1990 werd besloten tot de vorming van een federatief verband van de Hervormde gemeente en Gereformeerde kerk Jutrijp-Hommerts met ingang van 1 Januari 1991
De federatie had een gezamenlijke kerkenraad met 1 predikant en de kosten van het pastoraat, de eredienst de beide kerkgebouwen en de pastorie, werden op basis van het aantal lidmaten en doopleden door de gemeenten gedragen met uitzondering van kerkelijke bezittingen die voor rekening van de eigen gemeente en kerk bleven.
Vanaf 1 Januari 1998 werden de beide beheerscolleges omgevormd tot één college van kerkrentmeesters en werd een gezamenlijke exploitatierekening gevoerd met uitzondering van de kerkelijke bezittingen.
Er werd vanaf die tijd dus al gewerkt op een manier als was men al gefuseerd een bewijs dat men duidelijk voor lag op de landelijke ontwikkelingen n.l. een gemeente met kerkrentmeesters.
Per 2001 werd de Gereformeerde kerk buiten gebruik gesteld en verkocht.
Met ingang van 1 Januari 2004 ontstond de naam Protestantse gemeente in wording wat inmiddels per
31 Augustus 2006 notarieel bekrachtigd werd tot de Protestantse gemeente Jutrijp-Hommerts.

Interieur van de Johannes de Doperkerk
Samengesteld door :A. Tiemersma, Sinnewar 26, 4 September 2006